Loading...
 
Afdrukken

Donald Schön - Leren, reflectie en verandering

(Johan De Vriendt)

SCHÖN 'De vakman staat zichzelf toe verrassing, verbrokkeling of verwarring te ervaren in wat hij ervaart als onzekere of unieke situaties. Hij overdenkt de situatie waarmee hij geconfronteerd wordt en onderzoekt de impliciete veronderstellingen die aan zijn gedrag ten grondslag liggen. Hij experimenteert met de bedoeling om nieuwe inzichten in die situatie te verwerven en er verandering in te brengen. Wanneer iemand nadenkt-in-actie, wordt hij een praktijkonderzoeker. (...) Hij scheidt het denken niet van het doen en komt logisch redenerend tot besluiten die hij dan omzet in actie'.(Schön, 1983, p. 68, vertaling JDV.)

Donald Alan Schön werd op 19 september 1930 in Boston geboren. Hij studeerde achtereenvolgens in Yale en Harvard waar hij een graad in de filosofie verwierf en vervolgens doctoreerde met een verhandeling over Dewey's onderzoekstheorie. Hij studeerde eveneens muziek (piano en klarinet) aan de Sorbonne en het Conservatoire Nationale de Musique. Schön huwde met beeldhouwster Nancy Quint met wie hij vier kinderen kreeg (voor een overzicht van haar werk: zie www.schon.com). Na zijn studies doceerde hij filosofie aan de Universiteit van Californië in Los Angeles en vervolgens werd hij assistent professor aan de universiteit van Kansas City (gelijktijdig met een tweejarige legerdienst).

Van 1957 tot 1963 werkte hij in een industriële onderzoeksfirma, daarna vervoegde hij de Kennedy-adminstratie (tot 1966) waar hij directeur werd van het Instituut voor Toegepast Technologie. Daarna was hij medestichter van de Organisatie voor Sociale en Technologische Innovatie in Boston. Vanaf 1968 werd hij hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). In die tijd werkte hij ook nauw samen met Chris Argyris (zie ook hoger in de rubriek 'Denkers en Doeners'). Schön stierf op 13 september 1997 na een ziekte van 7 maanden.

De lerende samenleving

Schön wordt beschouwd als een van de theoretici van de 'lerende samenleving'. Een zeer snel veranderende samenleving en de toename van de vrije tijd maken levenslang leren mogelijk en noodzakelijk. Staten (en organisaties/systemen) worden instabiel omdat al hun instituties in een voortdurend proces van verandering verkeren. Dat houdt in dat niet alleen individuen levenslang moeten leren, maar dat organisaties zelf lerende organisaties moeten worden. Anders treden er diepgaande verstoringen op die deze organisaties zelf bedreigen. Er is geen welbepaalde manier om een lerend systeem te worden, dat gebeurd zoekend en tastend en via interactie. Een sociaal systeem leert wanneer het nieuw gedrag ontwikkeld, gebaseerd op interactie tussen de verschillende delen van dit systeem. Een voorwaarde daartoe is dat het systeem veranderd van een gecentraliseerd systeem waar de communicatie alleen top-down verloopt, naar een systeem waar de informatie en kennis vrij kan circuleren, dat zich flexibel opstelt en dat groot belang hecht aan netwerken.

De naam van Donald Schön is ook onlosmakelijk verbonden met die van Chris Argyris waarmee hij twee werken schreef. Daarin ontwikkelden ze modellen met betrekking tot 'theory in use vs.esspoused theory, single loop vs. double loop learning, organisational learning. Zie hieromtrent ook de pagina over “Chris Argyris – de lerende organisatie” in deze rubriek 'Denkers en Doeners'.

Reflectie-in-actie, reflectie-op-actie

Om te verstaan wat praktijkbeoefenaars doen (in ons geval sociaal-culturele werkers), staat het begrip reflectie centraal. De basis van professionele kennis is nooit alleen technisch-rationele kennis. Reflectie-in-actie en reflectie-op-actie staan centraal in Schön's werk 'The reflective practitioner'. Bij reflectie-in-actie volgen we niet klakkeloos alle vooraf geleerde theorieën en schema's maar we overdenken ze, we passen ze aan aan unieke situaties waarvoor we telkens weer geplaatst worden. We bekijken wat eraan voorafgegaan is, we calculeren reacties op ons handelen mee in op vervolgacties, we testen onze theorieën uit en we ontwikkelen ze verder al doende. Reflectie-op-actie volgt na de activiteit: we evalueren, we bespreken de activiteit met collega's, met supervisoren. Kortom, we overdenken wat er in de groep gebeurde en we ontdekken waarom we gehandeld hebben zoals we hebben gedaan. Op die manier ontwikkelen we ideeën en vragen over onze activiteiten en ons handelen. We bouwen een repertorium op van beelden, ideeën, schema's, voorbeelden, acties.... waaruit we kunnen putten bij nieuwe acties of activiteiten. We hebben nooit een volledig begrip van nieuwe situaties, we bouwen dat begrip al doende op, geholpen door de voorgeschiedenis, de verwachting van wat zal komen, onze kennis, ons repertorium en ons referentiekader.

Meer lezen

SCHÖN, D.A. (1973): “Beyond the stable state. Public and private learning in a changing society.” Harmondsworth: Penguin.
ARGYRIS, C. & SCHÖN, D.A. (1974): “Theory in practice. Increasing professional effectiveness.” Reading: Addison Wesley.
ARGYRIS, C. & SCHÖN, D.A. (1978): “Organisational learning. A theory of action perspective.” Reading: Addison Wesley.
ARGYRIS, C. & SCHÖN, D.A. (1974): “ Organisational learning II. Theory, method and practice.” Reading: Addison Wesley.
SCHÖN, D.A. (1983): “The reflective Practitioner. How professionals think in action.” Londen: Temple Smith.
SCHÖN, D.A. (1987): “Educating the reflective Practitioner.” San Francisco: Jossey-Bass.